Optimalisatie Kruidenrijk Grasland

In het project Koeien en Kruiden is veel ervaringen opgedaan met de aanleg van kruidenrijk grasland en de effecten van het kruidenrijke grasland op biodiversiteit. Ondanks de nieuwe inzichten vanuit dit project is het nog niet mogelijk om (in detail) een beslisboom te maken wanneer, waar en onder welke (bodem- en beheer)condities het mogelijk is om kruidenrijk grasland op een gangbaar beheerd en/of een kruidenarm grasland te gaan ontwikkelen. Ook is het lastig om op voorhand in te schatten hoe groot de kans is dat goed weidevogelgrasland tot ontwikkeling komt met voldoende openheid, variatie in structuur en de daarbij behorende biodiversiteit. Nog te veel factoren zijn onbekend om hier goed invulling aan te geven.
 
In het project optimalisatie kruidenrijk grasland wordt onderzoek gedaan naar goed gelukt en minder goed gelukt kruidenrijk grasland bij boeren en in reservaten en analyseren welke factoren de ontwikkeling beïnvloedden. Daarnaast gaan we dit meteen testen in de praktijk met boeren en terreinbeheerders. De focus ligt hierbij sterk op bodemkwaliteit.
 
De verzamelde informatie wordt uitgewerkt tot een weidevogelwijzer. Door het ontwikkelen van een weidvogelwijzer kunnen boeren en agrarisch collectieven de kwaliteit van kruidenrijk grasland voor weidevogels en bedrijfsvoering beoordelen en de kansen voor verbetering in beeld brengen. De volgende aspecten worden hierin meegenomen:
- Vanuit de weidevogel: voedsel (aanbod en bereikbaarheid) en beschutting
- Vanuit het kuiken: voedsel (insecten) en beschutting
- Vanuit de boer: beheer, inpasbaarheid en voederkwaliteit
 
Werkpakket 1: Uitgangsituatie kruidenrijk grasland in kaart brengen.
Werkpakket 1 is het ontwikkelen en testen van de weidevogelwijzer: hoe kan de kwaliteit van weidevogelgrasland worden beoordeeld en ook worden verhoogd? Dit werkpakket richt zich specifiek op kleigrond. De volgende percelen zijn hiervoor geselecteerd:
  • Kruidenrijke percelen in reservaten
    • 12 goed ontwikkelde kruidenrijke percelen
  • Kruidenrijke percelen bij boeren
    • 12 goed ontwikkelde kruidenrijke percelen
    • 12 minder goed ontwikkelde kruidenrijke percelen
  • Reguliere percelen (controle)
    • 12 referentie percelen intensief beheer
Op deze percelen willen we metingen gaan doen op het gebied van bodem, water, insecten en gewaskwaliteit. Zie de volgende pagina voor de specifieke metingen welke gedaan gaan worden.

Bodem:
  • Chemie
    • Uitgebreide analyse pH en nutriënten
    • Organische stof: Totaal OS%,  C/N verhouding, Labiele fractie, Stabiele fractie
    • Bodembalansanalyse, Ca/Mg verhouding
  • Fysisch
    • Visueel: bodemstructuur, beworteling
    • Wortelbiomassa
    • Indringingsweerstand, droge bulkdichtheid, watervasthoudend vermogen
  • Biologisch
    • Macro-organismen: regenwormen (biomassa, functionele groepen, soort)
    • Micro-organismen: bacteriën (biomassa en aantallen bacteriën PFLA), schimmelbiomassa en lengte schimmeldraden, nematoden, microarthropoden
    • Functionele biologische bodemindicatoren: Potentiële C-mineralisatie, Potentiële N-mineralisatie en Anaerobe N-mineralisatie, hot water C.
De bodemmetingen vinden plaats in maart 2022.
 
Water:
  • Bodemvocht (dataloggers, hydraprobe) + temperatuur
  • Grondwaterstand
  • Slootwaterpeil (Peilstok)
 Bodemvocht, grondwaterstand en slootwaterpeil wordt gedurende een aantal momenten in het seizoen gemeten.
 
Insecten:
  • Piramidevallen
  • Pot- en plakvallen
Insectenmetingen vinden plaats in de periode mei-juni 2022.
 
Gewas:
  • Vegetatietypering volgens veldgids Ontwikkeling kruidenrijk grasland
  • Botanische samenstelling
  • Vegetatiehoogte
  • Vegetatiestructuur (gedurende seizoen)
  • Opbrengst (alleen 1e snede)
  • Voederwaarde (alleen 1e snede)