Vogelgraan, nostalgische graanakker

Het doel van vogelgraan is dat door het zaaien van minder zaden per hectare dan bij de normale graanteelt er een opener gewas ontstaat. Door meer openheid in het gewas komen er ook andere akkerkruiden tot ontwikkeling. Akkervogels houden van een minder dicht gewas en meer variatie in gewas, om in te broeden.
Voor de aantrekkelijkheid is er bij het zaaien van het graan ook klaprooszaad en korenbloemzaad meegezaaid. Dit geeft in de zomer veel fleur en kleur aan het perceel. en maakt op die manier het landschap aantrekkelijker. Daarmee laten de akkerbouwers ook duidelijk hun inspanning zien voor een meer natuurinclusieve landbouw. Maar de klaprozen en korenbloemen hebben ook een functie voor insecten en het leveren van zaden voor vogels.
Door de openheid in het gewas, de ontwikkeling van meer akkerkruiden en de aanwezigheid van bloeiende bloemen ontstaat er een aantrekkelijk habitat voor vogels en insecten in de zomer.
    
Maar misschien nog van groter belang is dat het graan in de herfst niet wordt geoogst maar op de akker blijft staan. Waardoor in het in de herfst en winter, als overige gewassen zijn geoogst, een bron van voedsel in de vorm van zaden en groende delen blijft vormen voor de diverse  akkervogels. Uit een onderzoek naar vogelgraan blijkt dat de aanwezigheid van voldoende graanstoppelvelden in de winter een belangrijke factor is om een goed habitat voor akkervogels te bieden. Niet alleen vanwege voor aanwezigheid van voedsel maar ook voor dekking. Deze dekking is ook van belang voor allerlei zoogdieren zoals hazen en reeën. Doordat er in het groeiseizoen en in de winter geen bewerkingen van het perceel plaatsvinden kan ook de insectenpopulatie zich ongestoord vermeerderen.

Klik hier voor meer informatie over de GLB-pilot Akkerbelt.